over frederik van eeden. ')
In literaire kunst gaat het ten slotte precies als in schilderkunst; en daarin precies als in muziek-kunst. De meest bizondere werkers, vooral bizonder om hun psychische geaardheid, ondergaan vaak den felsten hoon, worden overstort door smaad en door een bot-geestelijk vulgus wèg-geschaterd. Nagels aan de doodkist van hun roem is al dat gekonkel van onbevoegden, en al schieten zij er telkens met schamper of krachtig verweer tusschen, hun loon is haat, vinnig belachelijk-maken, een prijsgeven aan een lezers-element dat juist het allerminst tot rustig, bezonken en buiten kliek-opvijzelend oor-deelen geschikt blijkt.
Ach, die goede critici kunnen iemand zoo beminlijk en schalksch uit de naven slaan; vooral wanneer ze één lijntje trekken en een clubgeurtje hun zoet gekoos en gesnap drenkt. Tot de weerzin tegen dergelijk z. g. artistiek-
i) Naar aanleiding van ״De Nachtbruid."