MODERNE ZIEL EN OUD INSTRUMENT 185
dubbelstaat van zijn innerlijk leven. Liever één piepende musch, maar écht een musch, dan een kleurige galerij van opgezette, alevel stomme cier-vogels. Is hij met tijd en gebaar zóó vergroeid dat deze uiting hem een tweede leven werd, dan zal hij op ons bestaan niet meer reageeren, wijl hij zich zelf er buitengesloten houdt. Wij, op onze beurt, zullen hém niet hooren, niet zien, maar slechts stem en gestalte van anderen ontdekken. Hij zal zich nimmer zoo kunnen individualiseeren, wijl, nu zuiver historisch-maatschappelijk bezien, een dusdanig teruggroeien naar voorbijgegane tijdperken, slechts met ónze uitdrukkings-middelen, voor óns gevoel en verbeelden, alleen zuiver kan worden benaderd, gelijk b. v. Van Oordt deed in Warhold en Van Schendel in Een zwerver verliefd.
Is het den dichter slechts een technische curiositeit, dan blijven we van zelve door de registreerende kunstvaardigheid een oogenblik geboeid, maar mede gespeend van iedere innerlijkheid. Meende de heer Van den Oever de taal van heden te profaan, te weinig innig, te weinig vroom en argeloos, om het zeer bizondere van godvruchtige liefdeklachten te ver jammer en — Gezelle is er om het tegendeel te bewijzen — en nam hij daarom met zijn stichtelijk minziek hart de vlucht naar de koestering der oude vormen, dan brengt hij zich zelf weer voor dit onuitwarbaar probleem: hoe kan een mensch, gegroeid in een andere taal,