MODERNE ZIEL EN OUD INSTRUMENT 173
mooi, soms kras en ruig en van een betrekkelijk geringe klankschakeering, al lijkt zij soms heel eigenaardig doorzongen van een romaansche muzikaliteit. Het is Vlaamsch-Hollandsch, van breede zangerigheid, uit Latijnsche woordbeknoptheid ontsproten, maar gansch en al Vlaamsch, gewrocht onder het licht en het gewoel en het gestoei der Hollandsche, Vlaamsche levens, ver-eigend en geënt op kleurigheid van volk en ras.
De abele spelen met hun soberen woordklank zijn er uitspiegelingen van, schoon de zinnebeeldigheid en de moraliteit er vaak, door buitenlandsche cultuurinvloeden zijn ingelegd. Het woord, de klankexpressie, rhythme en rijm, lijken nog wat primitief verwoeld met het algemeene, niet zoo zeer gezocht en gekeurd als kunst-taal en uitdrukkingsmiddel. Maar het heeft de allerschoonste eigenschap: de èchtheid, de diepe trilling der ontroering. Het vrome is vroom en van een nooit aarzelenden eenvoud; de verhevenheid is verheven en God wordt waarachtig gekend in het aller-binnenste dezer argelooze zangers. De rederijkers, de meesten althans, vertoonen een overgangs-, en tegelijk een ontaardingsvorm van het gelouterde middeneeuwen-sentiment. Zij verbinden de goddelijk-ongekunstelde uitdrukkingsmiddelen der zuiverste middeneeuwers, de louter-mystieke peinzers als een Ruysbroeck, aan een vroeg-renaissance en aan de zeventiende eeuw,