66 STUDIËN
te kunnen klaarspelen met veel taai-techniek, veel puntig vernuft en veel woordkunstig welbehagen? Neen, ook zulk sociaal levensbeelden eischt innig-doorleefde studie, meer, oneindig veel meer dan de aardige waarnemingstypen gelijk Doxa, Pacöme en het lichtzinnige plezier-baronnet je Du Bessy. Nog steekt mij iets in den krop.
Teirlinck kan zekere voorstellingen weelderig doen ontboeien in zijn schranderen kop. Zoo 't baronnetje Du Bessy met zijn mythologie. Maar nu wou ik wel even leukjes opmerken dat in dit jolig-lichtzinnig, aristocratisch-opgeprikt kereltje, in zijn mythologische hyperboliek even veel van Teirlinck leeft als in den satan Rupert. Ge slaat uw handen in malkander. In dat kleine, lichtzinnige gedrochteke, dat klamme smuigertje iets van den fijnzinnigen woord-ciseleur Teirlinck? Ja, allerstelligst, voor zoover hij in diens pronkerige woord-fraaiigheid zijn eigen oratorische hoofsch-heid en declameerende kunstigheid bevredigd voelt. Juist in dat fatsoeneeren van kristallen vernufts-vaasjes, juist in dat ijdele wenden en draaien van het komieke baronnetje's breedspraak-woord, in dat hoofsch-aristocratisch zoeken naar de klassieke roomigheid der mythologische allegorie, leeft, verschalkt en wat potserig-bekneuterd, een brok Teirlinck; de handige bedotter, beet-nemer en phrasen-spanner, de schalksche woordduiker, de luimig-leutige jongleur van perioden,