HET IVOREN AAPJE 159
daar opduikenden, overal de hand in hebbenden, iedere vrouw hypnotiseerenden Hongaar, nuchter-lijk breken. In koele schikking der dingen heeft hij het gezegd: ik trouw, maar alleen dan als jij me verlaat, — de geheimzinnige psychologie moet nu ook zulk een occulten stroom ontsluiten. De razend-verliefde laat hem gaan en trekt zich, voor het gansche leven gebroken, terug, om later weer met hem de plaat te poetsen. Ook dat zich terugtrekken is valsche psychologie, die hij benutte om zijn Rupert er fraaier mee te maken, want nu kan hij Francine bedwelmen.
Hun huwelijksreis is dan ook één verzwijmeling.
Op pagina 296, — ik kan bij gebrek aan plaats niets aanhalen, helaas, — komt een beschrijving voor, waaruit blijkt hoe Rupert zijn jonge vrouw tot levend-ivoren aapje maakt, hoe hij zich door zijn tastbehoefte overgeeft aan zijn hartstocht, en heel haar geest bemeestert. Deze pagina is van een zelfverziekelijking, die geen grens heeft. Uit iederen zin, ieder beeld, iedere aandoeningsanalyse voelt ge de ziekelijke spanning, waarin de auteur zichzelf gesuggereerd heeft. In alles hebt ge de nabijheid van Teirlinck op zijn lyrisch-moerassigst, op zijn zwoelst, ziekst, meest voos en krank-romantisch. Zelfs gebruikt deze Rupert, in zijn eigen dialoog, beelden en vergelijkingen, die de schrijver elders, als Rupert gansch niet te bekennen is, ook van zijn eigen schrijvers-visie