52 STUDIËN
een zwak-zielige, die al zijn handelingen, gedachten en gevoelens in onverflauwbare zelfcontrole ontleedt, berafelt met zijn verstand, en nooit kan komen tot een spontaan leefkrachtig bestaans-genot. Deze Ernest is getrouwd met een dochter van een fel-fanatiek katholiek schrijver. Hij ervaart echter dat ze met haar geduldige en eenzijdige liefde-overgave niet de vrouw is die hem boeien kan. Op allerlei wijzen bedriegt en misleidt hij haar gevoel. Ten slotte blijft hij hangen aan een afgedankte maïtresse van zijn intiemsten vriend Rupert Sörge. Vere, zijn vrouw, wordt door een vriend-verrader ingelicht. Ze sterft schielijk, zorgt zelf, in haar sterfbed-gekeuvel, voor een dramatische stijging, een sforzando om van te huiveren zoo mal.
Deze Ernest Verlat is papier en letters gebleven. Hij leeft niet buiten het boek. Ik zou willen zeggen: hij is niet uit de inkt, zooals men van een schilderij zegt: het is niet uit de verf. Hij is gegeven als een broze tegen-figuur op den demonisch-afgeslotenen, koelkrachtigen Rupert Sörge. Maar de mislukking ook van dezen persoon, heeft tot gevolg de mislukking van zijn verzwakt nabootsend nevenmensch. Deze Ernest is verpapt-be-klodderd met een hoop woorden, een hoop bespiegelende psychologie, en toch ontbreekt hem een ruggegraat, een stel longen. Allerlei lyrische toonladders zijn over hem uitgespeeld, en geen