STUDIËN
Er is een angst-beklemmende fascinatie in de perioden soms, een zoete lokking naar narcotische klanken. Hij bedwelmt gaarn met vreemde beelden en rillende woorden, en een taalsensualisme dat gretiglijk een spel van demonische plastiek en visioenen onderhoudt. Hij wikkelt zich zelf met zijn stijl en hitsige woordvormingen in beklemmende vervoeringen, en hij weeft u in, als een spin gulzig een verzworven insect. En toch hebben deze stijleigenschappen met het hoogere, dramatische wezen van roman- en vertelkunst niets uitstaande. Zoo kan men hem een vaak uitmuntend stylist en een betrekkelijk middelmatig romanschrijver noemen. Maar ook zijn stijl is niet gaaf. Hij pronkt soms zwaar, hij is vaak zeer overladen; hij gebruikt vele valsche beelden en gelijkenissen. Het metaforische element in zijn stijl is heelemaal niet vlekkeloos. Hij is soms gekunsteld, geaffecteerd, gemaakt, declamatorisch, over-vernuftig, en toch, toch heeft zijn stijl schitterende eigenschappen. Zijn woordkunst is bijwijle narcotisch, rijk, voluptueus, weelderig en doorgloeid van een hartstocht voor het beeldende die verbaast en verbluft. De vindingrijkheid, 't artistiek-scherpzinnige van zijn plastisch kunnen is groot; zijn taalgevoel, het toetsende tasten naar de klank-expressie en het woord dat tegelijk klank, kleur en volzin-beweging geeft, is vaak van prachtige rijpheid. Zijn taal