HET IVOREN AAPJE 149
met de hersens bekeken, zonder dat de ziel het vermogen had de perversiteit tot een werkelijkheid, een psychologische realiteit óm te scheppen. Rupert, de verfijnde ,,vampier," de zinnelijke ,,Satan," met zijn griezelige manipulaties op het lichaampje van het ivoren aapje, is in zijn geheimzinnigdoenerij, zijn suggestie, verfijning, hypnose, Monte-Christo-achtig romannerig, een held die wat te fel Svengali-tinctuur opgesnoven heeft. De heele figuur Rupert is een fantastisch-ontmenscht gedachten-gedrocht van een zieke en zwoele verbeelding, op verwilderde wellustigheid der kranke zinnen geënt. Slechts zeer groote mensch-beelders vermogen zoo'n abnormaliteit ook als schepsel, innerlijk, eigen leven te geven. Ik zal bewijzen waarom Teirlinck dit niet gelukt is, en hoe povertjes hij zelf achter dien ,,vampier" uitduikt, met zijn waaghalzerig gedachtenspel en zijn vernuftsdrift.
Voor zoover Teirlinck's werk verwant is aan het verstands-vernuft, voelt ge nü reeds waarom het moest mislukken; voor zoover het uit het gevoels-vernuft stamt, waarom het kon gélukken en voor zoover het een mengeling is van beiden, waarom het zekere wanstaltigheid en perversie toch kan opdragen in een vaak schoone kleedij. Ook zijn stijl zal ik nader karakteriseeren. Hij is 't waard. Er is veel rhetorische fraaiigheid, veel koude routine en raffinement aan verbruikt.