148 STUDIËN
bank; 't straft óók bigotten met verwelkte rozekransen, en 't geeft ook ijswafels in den winter te slikken. Maar 't breekt de illusies niet om den waarlijk zich gelukkig wanende. Het heeft eerbied voor den levensdroom.
Teirlinck is een variëteit, een dooreenmengeling van gevoels- en ver stands-vernuft. Er is tier in dezen man, zelfs in den capricieuzen slingergang van zijn onstuimig verbeeldingsleven. Ook dat maakt zijn werk zoo belangrijk. Al zijn vernuftsbewegingen, als technisch woordkunstenaar gegeven, krijgen een hartstochtelijke, romantischtragische gevoels-strooming er tegenin. En toch is hij zwak als karakterbeelder. In de gansche vier deelen van dezen veel-personigen roman is slechts één figuur echt-menschelijk, objectief-psychologisch doorwerkt, en van de reëele ontroering uit geconcipieerd:.... pastoor Doening, een figuur van het tweede plan. De hoofdfiguur Rupert is uitgedacht brein-werk, bepeuterd door een complexe sensualiteit. Rupert wortelt nergens in het leven, noch in emotie, noch in ware scheppingsdrift. Met gedachten-verfijningen, cerebraal, is deze figuur tot een fantasie-mensch ópgesnorkt, maar ze ontroert ons geen moment. Het is een roman-paraphrase op een pathologische curiositeit van sexueelen aard: het sadisme en vampirisme. Deze mensch is van buiten af