146 STUDIËN
vernuft, tegen zijn eigen zin, een kinstrijkerij aan het beridiculiseerd-heroïsche.
Het barokke, ziedend-dwaze, avontuurlijk-vroo-lijke kan des vernuftlings geest in stoeienden gang houden, — zijn bestaans-ryhthmus, — het gevoels-vernuft is van veel dieper leven en innerlijkheid. Soms saamgekoppeld aan de overdenking, is het toch altijd veel meer de glanzende page van de ziel, het gemoed. Dat werkt niet alleen met sectietafels, lancetten en felle spiegeltjes. De vernufts-spelingen van het gevoèl uitschietend, zijn niet loutere aardigheid om de aardigheid. Maar 't is de vlinder die een bloem zoekt, omdat hij ergens in de lucht het zoete spoor van honinggeur geroken heeft. Het gevoels-vernuft vibreert door ontroering, of door verdekte aandoeningen. Het kent schroom en maat, en verafschuwt het valsche verguldsel der pronkende gevatheid, in beeld en weerslag.
De dolle Napelsche geestigheid van een Boccaccio, met vossemelk die sluw maakt gevoed, zoo branderig-voluptueus en zoo verfijnd van srrit, kan ook wel door het gevoels-vernuft gebillijkt, maar deze zijne dartelheid is spontaner van geluid, weelderiger en sappiger van kleur, losser en uit-gelatener. Beeld op beeld, zet op zet, sneer op sneer volgen elkaar op, maar al die geestigheden