OVER SPEENHOFF 129
met Midas-ooren. Hij is een wijsgeer op nonactiviteit, een weergalooze zuurpruimer, een snapper en keuvelaar, maar nooit vervelend. Nog een succes-element: hij is politiek. In den zin van slim. Hij kent het publiek-gehunker naar dubbelzinnige, schuine verhaaltjes en moppen. Zoo schijnbaar bevredigt hij dit begeeren, maar au fond doet hij precies wat hij wil. Nooit grof, zelden gemeen, wel heel realistisch en wrang-waar en onromantisch en soms paradoxaal. Zijn liedjes zijn vol van dingen, die niet gezegd zijn. Ook dat mint 't volk, als het wat te raden, te besnuffelen krijgt, dat 't zélf moet vinden als een reukspoor maar is aangegeven. Dan ordonneert Speenhoff's liedje, en al die breinen, vol van eigen gedachten, verbrokkelen zijn bedoelen en jagen op één terrein met hun speurend, toetsend en vergelijkend vernuft.
Nóg een succes-element der populariteit: zijn bedeesdheid als voordrager. Zoo'n naieve schuchterheid mint 't volk even hartig als uitdagende brutaliteit en snoeverij door zekere overbluffende daden gevolgd. Speenhoff's voordragers-bedeesdheid is allerminst een verfijnd speculeeren op de ontroerings-instincten der bruut-uitlevende massa. Want zijn coupletjes zelve zijn niet van deze schuchtere geaardheid. Daarin juist openbaart zich dat wonderlijke zich éénvoelen met alle soorten nederigen uit de maatschappij, uit het
Studiën. 9