OVER SPEENHOFF 127
doet 't zonder ons nachtmerrie te bezorgen, in schalksche gemoedereerdheid.
Ook een element, zijn populariteit vormend, is de soort zijner guitigheid. Alles droog-komisch, langs den neus weg, zonder accentuatie, zonder stemverheffing, zonder verzoetelijking of ver-misbaring. Hij is een geboren schimper, maar knusjes en fijntjes, eigenlijk te fijn voor een grove massa. En toch ook weer is hij het type van een volksspotter. Over zeer hooge en zeer diepzinnige dingen kan hij schetteren met een paar wijs-doenerige coupletjes, gemoedelijk-brutaaltjes, vol flair en handigheid, geheel met zijn ophitsende, belachelijk-makende en in de maling-nemende beschouwingen, in de lol-opschuimende bevattings-sfeer van het nooit zelf onderzoekende publiek blijvend. Ook dat is een factor zijner populariteit. Wat vermag een ernstig vegetariër b. v. tegen Speenhoff's grapjes? In 't publiek niets. Hij overrompelt die lach-zieke, pret-wegjeukende menschen-in-'t-café-chantant, en ze schaatren mee, genadeloos en zonder verantwoordelijkheid. Maar men moet Speenhoff zijn om zoo'n carica-tuur toegejuicht te krijgen.
Nog een succes-eigenschap: Speenhoff is sentimenteel in den goeden zin, in den zin door de Fransche schrijvers er aan gehecht. In zijn liedjes