OVER SPEENHOFF 125
schaamde ,,men" niet bevalt. Hij bekoddigt en be-gekt het publiek met publiek, de aanstellers mèt aanstellers, de dwazen mèt dwazen. Als een vlug-teekenaar vertoont hij even een krabbel, en eer het publiek tot bewustzijn geraakt dat 't zich zelf opgediend ziet, heeft het zich al uitgelachen, frank en zonder pardon. Dan smult de dichter-zanger-teekenaar. Door dit objectiveer end spotvermogen is Speenhoff vooral geworden dé vriend van het nukkige publiek, bedilzuchtig en grillig met zijn gunsten, voor hèm echter altijd in postuur. Speenhoff is publiek zélf. —
De algemeenheid van zijn sarcastische aanrandingen hebben hem ten eerste een populariteit gegeven, waarmee hij zijn eigen veelzijdigheid bewees. Het tweede element zijner populariteit is gevormd door zijn zeldzaam eenvoudig uitdrukkingsvermogen, zijn omzichtig-populair kiezen van beelden, zijn onderwerp-keus en zijn typeerend en eigenaardig-oorspronkelijk saamvatten van miniatuurtjes en genre-stukjes. Dat is iets heel bizonder in Speenhoff. In een paar coupletjes, saamvatting van heel een leven soms, met een zangerig declamendo, fijntjes en zoetekens, van begin tot slot. Hij gebruikt geen wijd uiteen-gapende intervallen. Zijn liedjes hebben eer een diatonische ontwikkeling. Het publiek geeft hij niet zelden een vrijwilligen beurtzang mee te