OVER SPEENHOFF 125
hartstochtelijke, het weelderig-tonaliseerende van Bruant, den chansonnier van het revolt-schimpen-de, ontbreekt hem totaal. Toch is Speenhoff echter minder troebel-rhetorisch en valsch-dra-matisch. In Bruant, bravoure romantiek, 't gedrochtelijke lokkend, chimeriek, woest; in Speenhoff, ironie, afgewend van romantische dikkigheden, nuchter-comisch; in Bruant, heel 't״ plebeïsche Parijs met zijn straatdrama's waar moordzuchtige blanke boeven voor Apachen fun-geeren; in Speenhoff, 't kleinsteedsche Amsterdam en Rotterdam als bron, met hun kleinsteedsch leventje, burgerlijk en brak, nuchter en realistisch. Achter Bruant, de brandgloed van 't ziedende Boulevard-licht, het goud- en rood-grillig belichte woelen van de heele demi-mondaine wereld,met glans-geheimen van Cheret's palet of vèrvenijnd in de bits-schimpende lijnen van Toulouze Lau-trec's pen; achter Speenhoff, de gemoedelijke vlammetjes van onze lantaarn-kousjes, met nu en dan een enkelen rooden flakker van hel electrisch brio. In Speenhoff prikkelt lós vooral de knusse hekelaar, de dwaasheid-doorziener, die geen ernstig ding onaangerand laat door zijn grappigheid. En dat grappige, toch gemengd met bittere scherpte soms. Zonder schennende vrijmoedigheid opereert hij allerlei soorten van menschen en hartstochten. Vooral de menschen uit lagen- en middenstand verkneuteren zich in