OVER SPEENHOFF ii9
soon en een groote, uit heterogene denkende, voelende, en ontroerde elementen levende massa. Want het ongevormde, ongeschoolde uitgaan-publiek van café-chantant, volkstheater en z. g. vrij-tooneel, vurig belust op moppen, grollen, kwinkslag, hoon, hekeling en verguitigde kibbelarij, keurt dadelijk zijn man, als ware 't een eenheid in oordeelen. — Dat is geen poerem en geen enkelvoudige suggestie, maar iets onom-stootelijks. — Voor heden is Speenhoff die man. Hij heeft in zich allerlei soort eigenschappen vereenigd, die bij anderen slechts afzonderlijk worden aangetroffen.
Hij voelt met zeldzame vernuftspeiling wat het, naar kleurige afwisseling hunkerende publiek wil, het oppervlakkig-indrukken verwerkende, nooit gestadige, altijd grillige publiek, het publiek dat alleen leeft op pret en jool, op spotlustigheid en in de maling-nemerij, nooit aandoeningen, ontroeringen en tragische bewustwordingen zichzelf verantwoordt, alleen ingaat op het momént, zonder diepte, zonder responsabiliteit, zonder critische keuring en ze hoort, mee schatert, mee scheldt en mee huilt, als de man die voor hen staat te zingen en te dichten, het maar weet te raken met zijn populair woord, populair beeld en populairen deun. Zulk een vermogen lijkt den geurigen intellecten, den etherischen zielen, den begrips-fijnen aardlingen onder onze medemen-