114 STUDIËN
geboorte te laten voelen, gelijk een kunstenaar dat doet in de openbaring van zijn gevoels-werk. Ook gedachten-arbeid is iets van hoog-scheppende orde. De philosophen tasten wel vaak naar gedachten-symboliek, maar zeer zelden raken zij haar wezen. — Zij missen der voorstellings- en verbeeldingsmachten fijne, mentale schakeeringen, en ze zijn meestal zeer weinig stijlbegaafd; in zeer geringe mate woordgevoelig en taalminnig. Als door hen gevoeld wordt de zware of doorschijnende, lichte of donkere schoonheidswaarde van het woord, dan eerst kan de gedachte in de taal en de zinsvorming ongeschonden in haar duistere, sombere, of fonkelende, gebroken kleuren uitbloeien. Alle diepte van leven eischt een worsteling van het onbewuste met het bewuste. Hoe minder verstandelijke mengingen van het lagere begrijpen en voelen de hoogere en spontane werkingen van ge^st en ziel kruisen en parasitisch omslingeren en den groei-adem benemen, hoe gaver de uiting in ieder mensch wordt, hij zij dichter of wijsgeer, psycholoog of aestheticus. Slechts bij weinig wijsgeeren kristalliseert zich de dialectiek tot iets geestelijk-schoons en eigens van taai-structuur. En bij zéér weinig wijsgeeren is de gedachte meekronkelend door den stijl, een fijne adering van levend dichterschap, een rood-levend stigma, een lidteeken van persoonlijke smart, door iederen regel gravend als een bloedende wond.