GEMEENSCHAPS-PHILOSOPHIE III 113
zalver en sociologisch verduisteraar van economische axiomata. Maar ook een Spinoza zouden deze grootmeesters van het starre dogma bij den billentikker vastgehouden hebben. En al 't broze vergaat hun als hysterische gevoeligheid, en al het breed-hartstochtelijke besnuiven zij als een zinnelijk-zwoel reukwerk. Zij hebben de letterwijsheid en een ander slechts de leegheid. Toch, niemand, met taalgevoel, zal de schoonheid van dit bewogene Treslong-proza durven loochenen. Van Treslong behoort tot de zeer zeldzame wijsgeerige naturen, die de dialectiek, de hoogere begrippenontleding, een eigen beeldend, en als geestesuiting, geheel zelfstandig leven geven. Ik kan het hier niet analytisch hebben over zijn grondbeginselen als denk-inhoud van zijn werk, maar in iederen regel laat hij u bemerken wat er in hem droomt en verlangt. Zijn schrijfwijze is niet van een suggestief impressionisme, en toch is er in de rangschikking der woord- en zinsdeelen een hoogere gevoelscontrole, die in hem geheel als kunstenaars-drang zich onbewust openbaart. — Zijn gedachten-abstracties zijn geen been en geraamte alleen, maar hebben een aesthe-tische lijnschoonheid van vorm, gestalte en houding. Ieder zijner brein-uitingen is doordrenkt van zijn menschelijkheid en zijn kunstenaarsschap. De philosophen verstaan het bijna nooit van hun diepste gedachten-leven, de mystische
Studiën. 8