GEMEENSCHAPS-PHILOSOPHIE III 107
riseerende denken. In ons land, zoo goed als geheel onbekend. Prof. Heymans heeft in De Gids van dit werk enkele zeer goede dingen gezegd. Hij voelde in dit werk een ,,uitnemende dichterlijke vertolking van eenige der belangrijkste geestelijke stroomingen van onzen tijd." In hoever men een ,,vertolking" van ,,stroomingen" kan geven laat ik in 't midden. Het gansche betoog van Prof. Heymans schittert niet door beeldende oorspronkelijkheid. Maar het verheugt mij toch, dat hij de diepe en lyrisch-gebondene waarde van dit boek als vakwijsgeer en vak-psycholoog zoo goed gevoeld heeft. Geen boek voor iedereen, noemt hij het. Het zal met voordeel gelezen kunnen worden, eenerzijds door poëtische, weinig kritische naturen, die zich verlustigen in schoonheden van gedachten en vorm, en de theorie laten loopen, — en anderzijds door geesten van genoegzame ontwikkeling, om uit verspreide aanduidingen het systeem van grondovertuigingen te kunnen reconstrueeren, die al 't andere bijeenhouden. Maar zéér ad rem is onze scherpzinnige vak-Prof. als hij opmerkt dat half- en kwart-geleerden het liever niet moeten lezen; zij zullen er slechts dwaasheid en bombast in vinden en niets bespeuren van de fijn-bewerktuigde, diepe en rijke persoonlijkheid, die er zich in uitspreekt.
Prosit, Prof., prosit, dat is 't woord!
In de Nieuwe Courant is dit boek reeds door