106 STUDIËN
herfstzee, in noonmist uitzingend, haar droefste verborgenheid. — Hier is het harde, commercieele, wreed-klankige en diktongige Engelsch omge-tooverd tot een melodieusen zang-van-woorden, met kwijning en branding, golving en wieging van geluid, zooals dat nooit, na Shakespeare meer gehoord werd. — Hier is het Engelsch met zijn zilveren klinkers van een beangstigend-prachtigen en teeder-droom'rigen gevoelstoon; en daartusschen, tüsschen het zilver-bellige ge-klinkel van lichte, kleurlichte en schitter-zachte, mat-zachte schijningen, toch ook aanslaand, met zijn consonanten, dreigend en droef, duister en diep, gong-tonen van een vibreerende, sidderende geheimnis, van een raadsel-zoete geluids-zwijmeling. En het rhythmus, waarin de marteling en den vloek van vereenzaming worden aangedragen, is van een sluipgang en een droom-slingering, van een dan verwoestende, dan starende maatdrachtigheid, zoo, dat iedere aandoeningswerking tot op z'n diepst en innigst er in uitgevloeid is.
Dat gevoel van innerlijk geworstel in den eenzame, heeft van Treslong, met zijn gedachten-philosophie, op zijne wijze in woord-symbolen en beeldspraken laten leven. Wonderlijk, deze in-tellectueele nadering van een gemoedstoestand, een psychologische creatie in zijn soort, op het gebied van het zuivere omschrijvende en karakte-