DE TRAGIEK VAN NAPOLEON 69
allerlei staaltjes van zijn krankzinnige machtposities aan, vóór Napoleon's val en telkens sarcastisch besloot hij: ״wel 'n manneke om meelij mee te hebben hè?" In zijn naijverige verontwaardiging vergat hij, dat zóó het psychologisch probleem geheel valsch gesteld werd. En toch was het geen oneerlijkheid in dezen man, dien ik als een hart van goud ken en als een groot psycholoog waardeer. En evenmin overgevoeligheid van de vrouw, die in onbeperkte gemoedszuiverheid zich gaf. De man kende n.1. het wezenlijke hevige lijden van Napoleon niet, en de weerzin tegen zijn gansche menschelijkheid belette hem de opeengehoopte stof objectief en ziels-zuiver te doorwerken. En zoo gaat het met de meeste beoordeelaars.
Ik erken, op het eerste aanhooren klinkt het naïef.... meelij met. . . . Napoleon. Maar rustig en diep beschouwd, is de uitdrukking volkomen van pas. Men wordt van sentimenteel coquetteeren, van een klein en benepen soort menschelijkheid verdacht.
En toch, en toch, al spot ge met tergende adjectieven, al hoont en sart uw woord er tegen in, toch is Napoleon's zesjarig leven te Sint Helena van een overweldigende tragiek, om bij te schreien soms, en is loochening daarvan hardvochtiger daad dan de „beul" zelf vermag te doen in zijn particulier leven als mensch.
Weerspannige en hardnekkige oordeels-eenzijdigheid kan slechts beletten het grootmenschelijke in Napoleon te erkennen.
Te strenge moraal kan als een tuchthuis van beginselen worden, waarbinnen uw veroordeelde zich
doodkniest of verhangt......Wee, zoo 'n mensch
op zijn eigen schaduw gaat gelijken.
Ik hoor al het woedende relaas 1
Meelij met hem ?! Had hij het met anderen ? — Wat gaf hij om menschenlevens ? Geen zier. Heeft hij het