225
gezin bet nieuwgebouwde weldadigheidsgesticht ״DeJoodsche Invalide” met een bezoek.
Gedurende de oorlogsjaren en daarna beeft de Nederlandsche Jodenheid haar plicht tegenover de geteisterde geloofsgenooten in de oorlogvoerende landen uitnemend vervuld. Talrjjke steuncomité’s werden opgericht, om de nooden te lenigen en een groote menigte buitenlandscbe kinderen, die verzorging behoefden, vonden in vele gezinnen een gastvrg onderdak. In 1918 werd te Amsterdam een Joodsche bgeenkomst gehouden onder den naam Congres-demonstratie, waarheen zeer vele organisaties afgevaardigden zonden; op deze groote vergadering werd besloten, de Nederlandsche regeering te verzoeken, haar invloed aan te wenden, opdat bg den komenden vrede met de Joodsche wenschen rekening zou worden gehouden. Om aan dit verzoek kracht bg te zetten, werd de regeering een adres van gelijke strekking, voorzien van een groot aantal handteekeningen, aangeboden.
In 1919, in de week van 9 Ab, verzamelde het Neder-landsche Jodendom zich te Amsterdam tot het houden van een rouwdag, om te protesteeren tegen de vervolgingen, waaraan de Joden in Oost-Europa bloot stonden. Aan deze betooging, waarbg rouwsynagogediensten plaats vonden en een rouwoptocht door de stad werd gehouden, namen duizenden deel.
Organisatie van het Kerkgenootschap. Toen Willem I in 1813 de regeering aanvaardde, waren er in Nederland reeds verscheidene Joodsche gemeenten gevestigd. Het inwendig beheer dezer gemeenten liet echter veel te wenschen over: van een geregeld bestuur, zooals wij dit opvatten, was bgna nergens sprake; willekeuren machtsoverschrgding kwamen herhaaldelgk voor. Aan het onderwgs der jeugd werd evenmin de noodige zorg besteed.
Koning Willem I was het, die het gebouw van het Nederlandsche Jodendom op hechte grondslagen vestigde. Reeds in 1814
Staal, Geschiedenis der Joden 16