222
de Joodsche volkstaal; dichters en novellisten gebruiken het als voertuig hunner gedachten; tooneelstukken worden in dit oude dialect geschreven en vertoond in de ״jiddische” theaters in Rusland, Polen, Londen, New-York. Onder de ״jiddische” letterkundigen munt vooral uit J. L. Perez (gest. 1915). Joodsche toonkunstenaren vervaardigen zoetvloeiende melodieën van eigenaardige bekoring op de ״jiddische” teksten. Naast de Joodsche wetenschap is een Joodsche volkskunst ontstaan.
Synagogale muziek. Het synagogale gezang onderging in de 19de eeuw een hervorming. In plaats van gerekte melodieën vol noodelooze versieringen, streefde men naar eenvoudige, toepasselijke zangwezen. Deze weg werd het eerst ingeslagen door Salomo Sulzer (1804—1890) in z(jn ״Schir Zion”. Belangrijke werken zijn op dit gebied ook geleverd door L. Lewandowsky (’28—’94), S. Naumbourg (’17—’80), A. Baer (’34—’94) en anderen. In de latere jaren is onder den invloed van Oost-Joodsche voorzangers de smaak voor den lang-gerekten synagogalen zang weer toegenomen.
LXXV. Neerlands Israël (1815—heden).Maatschappemke toestand. Voor de Joden in Nederland vormde de 19de eeuw een tijdperk van grooten bloei. Hadden zjj in andere landen, trots de verkregen burgerrechten, nog dikwijls met moeilijkheden te kampen, in ons dierbaar vaderland heerschte godsdienstvrijheid en volkomen burgerlijke gelijkheid. Tal van Joden werden hier tot belangrijke staatsambten geroepen; zoo zien wij in 1815 Mr. J. D. Meyer als Secretaris van de Commissie tot het ontwerpen van de nieuwe grondwet en Mr. C. Asser als referendaris b(j het ministerie van Justitie werk-zaam; Mr. M. H. Godefroi (’14—’82) werd in 1860 tot minister