221
juives״. In alle plaatsen vindt men Chebroth, vereenigingen, waar de Joodsche geschriften gezamenlijk bestudeerd worden; veelal een ״Beth-Hammidrasj”, leerhuis met bibliotheek, waar gelegenheid is Joodsche werken te raadplegen, alsook Joodsche leeszalen, waar de voortbrengselen der pers en der nieuwere Joodsche letterkunde ter lezing liggen. In vele landen hebben de Joden hun eigen scholen, die door den Staat worden gesteund en waar de Joodsche jeugd de noodige algemeene en Joodsche kennis kan opdoen. In and re landen bezoeken de Joodsche kinderen de staatsscholen en wordt hun het godsdienstonderwijs verstrekt op godsdienstscholen, waar zg onderwezen worden in de Hebreeuwsche taal, Bijbel- en gebedenvertaling, godsdienstleer en geschiedenis.
Voor de opleiding der godsdienstleeraren wordt allerwegen op hoogere onderwijsinrichtingen zorg gedragen. Zoo heeft men Talmudscholen (Jeschiboth) in de oude Russische landen, Duitschland en te Presburg; onderwijzers- en rabbijnenseminaria o.a. in Berlijn, Breslau, Weenen, Budapest, Florence, Parijs, Londen, New-York, Cincinnati.
Letteren en Kunst. Onder den invloed van het Zionisme is het Hebreeuwsch als spreek- en schrijftaal onder de Joden herleefd. In Palestina, waar het Hebreeuwsch een van de drie erkende landstalen is, wordt het op bijna alle scholen als onderwijstaal gebruikt. Dit Hebreeuwsch is echter niet meer het zuivere Hebreeuwsch van de Heilige Schrift, doch een verdere ontwikkeling van de oude taal. Voor deze ontwikkeling heeft de taalkundige Ben Jehuda (gest. in Jeruzalem 1923) veel gedaan. In dit moderne Hebreeuwsch verschijnen talrijke couranten en boeken en hebben vele schrijvers en denkers reeds hun gedachten vertolkt. De grootste N. Hebr. dichter is Chajim Bialik. Ook de oude taal van het ghetto, die men dood waande, het Joodsch-Duitsch of Jiddisch, is weer uit haar asch herrezen. In verscheidene landen wordt het erkend als