217
gezinde richtingen in het Jodendom moet het Chasidisme genoemd worden. Het ontstond in de 18de eeuw in Oost-Europa, waar het nog heden ten dage veel verbreid is. Tot zijn ontstaan hebben veel oorzaken samengewerkt: de verdrukking, waaronder de Joden gebukt gingen, maakte velen hunner somber van aard en onverschillig voor het schoone, dat de natuur en het menschenbestaan te genieten aanbieden; hun droef-geestige gemoedsstemming uitte zich in overmatig vasten en lichamelijke kastijding. Deze dofheid vertoonde zich ook overigens in het godsdienstleven: men kwam de goddelijke en rabbijnsche voorschriften na, zonder echter in hun ver-heven beteekenis door te dringen; het gebed werd dikwijls werktuigelijk, zonder de vereischte aandacht verricht. Vele geleerden gingen geheel op in de studie van den Talmud en legden allen nadruk op de ontwikkeling van den geest en het verstand, zonder op de vorming van het hart en het gemoed des volks te letten. Deze en dergelijke misstanden, die in West-Europa het optreden van Mendelssohn en zjjn school tengevolge hadden, leidden in Oost-Europa tot het ontstaan van het Chasidisme. Een blijmoedige levensopvatting, nederig-heid tegenover God en menschen, geestdrift bq het verrichten van het gebed zijn volgens de Chasidim de middelen, waardoor de mensch de volmaaktheid kan verwerven; de wapenen tevens, waarmede hij allen tegenspoed kan over-winnen. Als stichter van het Chasidisme geldt R. Israël Baalschem of Bescht (1759—1698) (ב׳^׳ש׳ט), geboortig uit Podolië in Z.W. Rusland.
In den loop des tijds nam het Chasidisme een tegen het Jodendom indruischenden vorm aan. Blinde volgzaamheid, onbeperkte gehoorzaamheid jegens den leider werd een der Chasidische geloofspunten. De leider of Tsaddik, deugdzame, zooals hij genoemd werd, gold bij hen gaandeweg als een tusschenpersoon tusschen God en den mensch; zijn raad had