216
werkten in Hamburg Izak Bernays (1792—1849), in Weenen Izak Noa Mannheimer (1798—1865), in Berlgu Michael Sachs (1808—1864), in Dresden Zacharias Frankel (1801—1875), in Mainz Meïr Lehmann (1831—1890) en in Berlgn Israël Hildesheimer (1820—1899) tot instandhouding van het zuivere Jodendom. In hun geschriften en predikatiën trokken zg krachtig tegen de hervormers ten velde en het mocht hun dan ook gelukken, de liefde voor het aloude geloof der vaderen bg velen weder op te wekken. Groote verdienste verwierf zich Samson Raphaël Hirsch (1808—1888). ״Rabbiner Hirsch”, zooals hij zich gaarne noemde, had reeds in verscheidene plaatsen als rabbgn gefungeerd, toen hg in 1852 door de ״Orthodoxe Religions-Gesellschaft” te Frankfort tot hoofd beroepen werd. Hier arbeidde Hirsch tot zgn dood met vurigen gver in het belang des Jodendoms; onder zgn leiding breidde de kleine gemeente zich voortdurend uit, zoodat zg thans een eereplaats onder haar zusteren inneemt. In zgn meesterwerk ״Choreb” en in zgn ״Verklaring op de Thora” schetst Hirsch in geestdriftige taal de verhevenheid der Goddelijke geboden en de heilige beginselen der Schrif-teljjke en Mondelinge Leer.
Hirsch’s opvolger, Dr. S. Breuer (gest. 1926), is er in geslaagd, den Thorageest in zijn gemeente te handhaven en — door de stichting van een Talmoedschool — te versterken.
Onlangs is in Duitschland gesticht de Vereeniging Achdoes, die er naar streeft, alle wetgetrouwe Joden — zoowel hen, die leden zijn van zelfstandige orthodoxe gemeenten als van gemengde gemeenten J) — in één bond samen te brengen.
Het Chasidisme. Naast de wetgetrouwe en de bervormings-
*) Met gemengde gemeenten bedoelen wij gemeenten, die zoowel orthodoxe als niet-orthodoxe instellingen, b.v. een Synagoge met orgel en gemengd koor onderhouden. Volgens Rabbiner Hirsch en vele andere rabbijnen is het den wetgetrouwen Israëliet verboden, van een dergelijke gemeente lid te zijn en moet hij dan met gelijkgezinden een afzonderlijke gemeente stichten.