204
Arabieren beweerden, dat hun in het begin van den oorlog door Engeland de stichting van een groot Arabisch rijk met inbegrip van Palestina was toegezegd, indien zij tegen de Turken meevochten; het was dus in strjjd met deze belofte, dat Palestina bestemd was tot Joodsch Tehuis. Ofschoon Engeland hiertegenover verklaarde, dat bij deze onderhande-lingen niet over Palestina was gesproken, weigerden de Arabieren, trots alle tegemoetkomingen van Engeland en de Zionistische Organisatie, de Verklaring van Balfour te erkennen en volhardden zij bg hun eiscb, dat Palestina een Arabisch land zou blijven. In October 1920, eenige maanden na den vrede van San Remo, kwam het in Jeruzalem tot een gewelddadige uitbarsting; een bende Arabieren overviel de Joden en er vielen verscheidene slachtoffers. In Mei 1921 herhaalde zich hetzelfde tooneel in Jaffa. De Engelsche regeering bleef bij deze Arabische uitspattingen lgdelgk toezien en zelfs werden Joden, die zich tegen de aanvallen hadden verdedigd, tot gevangenisstraffen veroordeeld. Eenige maanden later toog een Arabische afvaardiging naar Londen om de intrekking der Balfourverklaring en de instelling eener Palestgnsch-nationale regeering te eischen; in deze regeering zouden Mohammedanen, Christenen en Joden naar hun getalsterkte van vóór den oorlog vertegenwoordigd moeten zgn. De immigratie zou moeten worden stopgezet, totdat deze regeering — waarin de Arabieren dan een overweldigende meerderheid zouden hebben — nieuwe bepalingen omtrent de vestiging in het land zou hebben vastgesteld. De Engelsche regeering beloofde, deze eischen, voor zoover mogelrjk, te zullen inwilligen, doch de Balfourverklaring zou in geen geval worden ingetrokken.
Ook het Vaticaan toonde zich onverzettelgk. Ofschoon Weizmann, Sokolow en zelfs Sir Herbert Samuel, die allen door den Paus in audiëntie werden ontvangen, dezen kerkvorst