205
van de goede bedoelingen der Joden trachtten te overtuigen, bleef hij onwrikbaar. De Katholieke kerk verklaarde het herstel van de Joodsche volkseenheid in Pale8tina in strijd met de Katholieke leer en zeide, gevaren te duchten voor de heilige plaatsen der Christenen in Palestina, als de Joden de heerschappij in het land zouden voeren.
Door dit alles achtte Sir Herbert Samuel zich genoodzaakt tot het nemen van maatregelen om de tegenstanders te bevredigen. De immigratie werd voorloopig stopgezet en in Juni 1922 gaf de Engelsche minister Churchill een Witboek in het licht, waarin de bedoelingen der Engelsche regeering bij de toe-passing der Balfourverklaring in het licht werden gesteld. In dit staatsstuk verklaarde de regeering, dat het nooit haar plan is geweest, Palestina in zijn geheel tot een Joodsch land te maken. De meening van sommige Zionisten, dat Palestina zoo Joodsch zal worden als Engeland Engelsch, berust op een misverstand. In de Balfourverklaring, aldus zette Lord Churchill het uiteen, staat niet, dat Palestina het nationaal tehuis der Joden zal worden, doch dat in Palestina een Joodsch nationaal tehuis zal worden gesticht. De bedoeling is, dat het Joodsche volk en het Arabische volk in Palestina vreedzaam naast elkander zullen leven en te zamen hun beider tehuis tot een bloeiende gemeenschap zullen maken, waar de nationale ontwikkeling van beide volkeren verzekerd is.
Deze verklaring, die de vorming van Palestina tot Joodschen Staat onmogelijk maakt en zelfs de vestiging van een Joodsche meerderheid in Palestina tegenhoudt, schijnt de gemoederen te hebben gekalmeerd. Eenige maanden na de verschijning van het Witboek werden de bepalingen van het Engelsche mandaat over Palestina door den Volkenbondsraad goedge-keurd en in de zitting van den Volkenbond in 1923 had de bekrachtiging plaats. Sindsdien is de houding der Arabieren niet meer zoo onverzoenlijk en heerscht er in sommige