195
bericht van al deze gruwelen verwekte in de Westersche landen groote ontsteltenis en president Wilson van N.Amerika zond den vroegerengezant te Konstantinopel, Henry Morgenthau, naar Polen, om een onderzoek naar den toestand in te stelleD ; de Engelsche regeering belastte Sir Stuart Satnuel (overl. 1926) met een dergelyke zending.
De Joden in Hongarije bleven evenmin gespaard. Kort na het einde van den oorlog maakte de communistiache party — waartoe ook belaas mannen van Joodsche afstamming behoorden — zich meester van de regeering en stelden een waar schrikbewind in, waardoor ook talryke Joodsche burgers werden getroffen. Dit bewind, dat de Roode Terreur werd genoemd, werd spoedig omvergeworpen en vervangen door de zg. Witte Terreur, die zich nog wreeder gedroeg dan haar voorgangster. Het feit, dat tot de aanvoerders der Roode Terreur ook Joden hadden behoord, gebruikte men als voor-wendsel, om de schuld voor al het leed op de Joden te werpen; met de uiterste wreedheid traden de ״Ontwakende Hongaren” dan ook tegen de Joden op; moord, plundering en aanslagen op de Joden waren aan de orde van den dag.
Ook in den nieuwen Rumeenschen Staat was de toe-stand zeer treurig. De aan Rumenië toegevoegde provinciën hebben een groote Joodsche bevolking en deze werd door de Rumeensche regeering — ten onrechte — verdacht van een vijandigen geest tegen Rumenië, hetgeen over deze nieuwe Rumeensche onderdanen veel ellende bracht.
Aan deze schromelijke toestanden, aan deze voortdurende bedreiging van het leven en het bezit der Joden, is lang-zamerhand een einde gekomen. Desniettemin is het lot der Joden in verschillende landen nog verre van bevredigend, gelyk wij verder zullen zien.
Duitschland. In Duitscbland hebben de Joden het na den oorlog zwaar te verduren gehad. Ofschoon zjj zich