172 ERETS ISRAËL
of in het nieuwe Joodsche land bij de benoeming van regeeringspersonen en bij de verkiezing van volksvertegenwoordigers een andere methode te vinden is dan de thans algemeen gebruikelijke, waarbij in het gunstigste geval nagenoeg uitsluitend op bekwaamheid gelet wordt, en overigens meestal alleen zulke personen in aanmerking komen, die mooi praten kunnen, en die zich zelf op den voorgrond stellen.
Hoe het Joodsche bestuur ook moge uitvallen, het zal zich in Palestina voor geen geringe taak geplaatst zien. En om die taak naar behooren te volbrengen, zal het moeten beschikken over zulke hulpmiddelen als door alle tijden heen de meest geschikten bevonden zijn om het gezag te handhaven. Die hulpmiddelen dan zijn in de eerste plaats: geld en soldaten. Over de wijze van geldverschaffing heb ik daar straks reeds gesproken. En de tijd zal leeren of we voor de groote sommen die we noodig hebben, zullen mogen rekenen op de Joodsche offervaardigheid. Geld is wel niet het allervoornaamste, maar we kunnen er nu toch eenmaal niet buiten!
Wat de Joodsche soldaten betreft, daaraan zal het ons zeker niet ontbreken. Alleen in Rusland dienen bij het leger meer dan vijftigduizend Joden; trouwens zoowel de tegenwoordige alsook de toekomstige Joodsche bevolking van Palestina zullen hun behoorlijk contingent leveren. Maar voor de hoogere rangen in het leger zullen misschien moeilijk in voldoenden getale geschikte