ZIONISME.
171
het Joodsche bestuur zich bovendien aansprakelijk zou stellen voor hetgeen de rente en aflossing op de lee-ning jaarlijks meer zouden vereischen dan de hiervoren vermelde pachtsom zou bedragen.
Het spreekt van zelf, dat een finantieele transactie van zoo grooten omvang alleen door te voeren is, wanneer we daarbij mogen rekenen op den steun van de groote Joodsche organisaties en van de voornaamste Joodsche financiers. En ik wensch er tevens den nadruk op te leggen, dat de hier in groote trekken geschetste overeenkomst volstrekt niet als een officieel Zionistisch schema moet worden aangemerkt, doch enkel als een door mij persoonlijk ontworpen denkbeeld, waarnaast andere, eventueel ook minder verstrekkende voorstellen in ernstige overweging dienen genomen te worden.
Naar welken vorm nu precies het Joodsche bestuur zal zijn ingericht, of aan het hoofd van dat bestuur een gouverneur of een ander titularis zal staan, of we in het Joodsche land een kamer van afgevaardigden zullen hebben, en hoe zulk een volksvertegenwoordiging er uit zal zien, hoe de rechtspraak en de meer ondergeschikte bestuursinrichtingen zullen zijn, dat alles kan eerst worden aangegeven, wanneer de onderhandelingen met de Turksche Regeering een bevredigend verloop hebben genomen.
Het zóu wel de moeite waard zijn om te onderzoeken,