ZIONISME. 167
Intusschen zal zeker lang niet iedere Jood, zelfs wanneer zijn omstandigheden hem daartoe in de gelegenheid stellen, besluiten om met pak en zak zijn geboorteland te verlaten. De Jood is niet minder dan zijn Christelijke medeburger aan zijn geboorteland gehecht. Het scheiden valt hem zwaar. Hij is dankbaar voor wat hij er genoten heeft, al is dat nog zoo weinig, en al wordt dat weinige hem nog vaak genoeg misgund. Hij heeft vrienden verworven en hij is dankbaar voor hun vriendschap, dankbaar vooral, wanneer hij als volwaardig burger beschouwd wordt, en niet als burger van mindere soort.
Men kan er zeker van zijn, dat menige Jood in zijn gemoed een harden strijd zal hebben te voeren, wanneer het er om gaan zal, zijn geboorteland te verlaten, en ook, dat in heel veel gevallen het geboorteland in dien strijd zal overwinnen. Trouwens voor de meesten zullen het reeds de materieele omstandigheden zijn, die het hen onmogelijk maken hun tegenwoordige woonplaats met Palestina te verwisselen. Hun middel van bestaan is maar niet zoo in eens over te plaatsen, waarbij dan weer komt de opvoeding van de kinderen en honderderlei andere overwegingen. Maar toch, op de jongeren zal het Joodsche land zijn aantrekkingskracht uitoefenen, en langzamerhand zal ook onder de Joden in het Westen de emigratie er heen toenemen. Voor overbevolking behoeft men vooreerst niet bevreesd