DE JOODSCHE KOLONISATIE. 137
Nog veel radicaler zullen de verbeteringen moeten wezen in de scholen van de Joodsche orthodoxie, de zoogenaamde Talmud-Torahscholen, waar op weinige uitzonderingen na de opleiding doet denken aan die in den slechtsten tijd van het monniken-wezen. Alhoewel in de laatste jaren een streven naar verbetering merkbaar is, wordt toch in verreweg de meeste dier scholen niet veel anders onderwezen dan dat wat de Joodsche Godsdienst betreft. En dus worden de ongelukkige leerlingen opgeleid voor niet veel beter dan „Schnorrers”, waarvan ik in de vorige bladzijden heb gewaagd. Het is onbegrijpelijk, dat de rabbijnen, die het voortbestaan dezer scholen bevorderen, niet inzien, dat om te leven en om naderhand voor zich en voor hun gezin den kost te verdienen, de kinderen nog iets meer noodig hebben dan enkel kennis van Talmud en Torah. In hun af keer van algemeen ontwikkelend onderwijs herinneren die rabbijnen aan den Mohammedaanschen despoot, die een groote bibliotheek met boeken van onschatbare waarde liet verbranden uit overweging, dat enkel wat in de Koran stond goed en nuttig was, en dat die bibliotheek hetzij hetzelfde moest bevatten, dat reeds de Koran leerde, en dus overbodig was, öf boeken over andere zaken, die dan ongetwijfeld schadelijk waren, en dus vernietigd behoorden te worden.
In de latere jaren was het in de eerste plaats het