DE JOODSCHE KOLONISATIE. 12^
tegenwoordig wordt verdeeld is het ook lang geen zeldzaamheid, dat lieden daarin hun aandeel ontvangen, die zeer wel deze ondersteuning zouden kunnen missen. Het is een vaste inkomste geworden, en in Jeruzalem beschouwt men het deelen in de „Chalukah” als een middel van bestaan zoo goed als een ander. Wanneer schrijver dezes zich met zijn vrouw en vijf kinderen in Jeruzalem zou vestigen, om zich daar te wijden aan de studie van Talmud en Torah, dan zou hij recht hebben om zijn aandeel te verlangen in de Chalukah, en het bedrag dat hij zou ontvangen zou voldoende wezen om in het onderhoud van een burgergezin te voorzien. Maar hij zou verplicht wezen zijn kinderen naar de Talmud-Torah school te zenden, waar ze van algemeen ontwikkelend onderwijs zouden verstoken blijven. Ik kom in de volgende bladzijden nog op deze scholen terug; intusschen mag niet onvermeld worden gelaten hoe het voorgekomen is, dat aan werkelijk behoeftige ouders, wier kinderen andere scholen bezochten, het hun toekomende aandeel in de Chalukah om die reden onthouden werd. Het kan niet anders, of zulke voorwaarden moeten huichelarij en schijnvroomheid kweeken en de Joodsche bevolking in Jeruzalem demoraliseeren.
In den laatsten tijd is een streven naar betere administratie der Chalukah-gelden merkbaar. Zoo besloten de beheerders der Nederlandsch-Duitsche Chalukah om in Jeruzalem een bureau te openen, dat belast zal worden