92 ERETS ISRAËL
vier dagen en drie nachten niet uit de kleeren geweest. Den volgenden morgen vervolgden we onze reis naar Afiun Karahissar (Opium Zwarte Burcht).
De donkere ruïnen van een Seldschukisch kasteel beheerschen het mooi gelegen plaatsje, dat voorts zijn naam ontleent aan de opiumplant die hier verbouwd wordt. De Anatolische hoogvlakte is thans voor een groot deel zoutsteppe, maar de spoorwegmaatschappij heeft de concessie verkregen om irrigatie-werken aan te leggen en een Duitsch consortium zal daarvoor de gelden verschaffen.
De Anatolische spoorweg verbindt het hartje van Klein-Azië direct met Constantinopel. De lijn gaat van Afiun Karahissar over Eskischehr naar Haidar Pascha, waar de Duitsche Spoorwegmaatschappij een moderne handelshaven heeft ingericht en een ernstige concurrent-is geworden voor de Fransche Smyrna Cassaba spoor, die vroeger het transport van de waren uit het binnenland naar het westen bezorgde.
Tusschen de beide maatschappijen is het dan ook nog lang geen „entente cordiale”. Toen we in Afiun Karahissar aan het station van den Smyrna Cassaba spoor kwamen, was de trein reeds een half uur te voren vertrokken, zoodat we voor de Zwarte Burcht bijna 24 uur tot onze beschikking hadden, hetgeen ruimschoots voldoende bleek. Maar ons geduld zou nog verder op de proef gesteld worden. Den daarop volgenden dag