EPILOOG.
De groote wereldoorlog was dan ten laatste beëindigd.
Claus Demuth, den rechterarm nog altoos in verband, was naar Husum weergekeerd. Wat menschelijke heelkunst vermocht, was voor hem gedaan, maar zelfs een Berlijnsch professor in de chirurgie kan geen weggeschoten zenuwen hernieuwen. En zoo was dan de rechterarm, hoewel behouden en van warm bloed door-tinteld, slechts bruikbaar, waarneer de linkerhand hem in de gewenschte houding bracht. Hij had het Ijzeren Kruis niet verworven, want de kameraden, die in dien vreeselijken nacht aan zijn zijde hadden gestreden, hadden verteld, hoe zij door zijn commando: „durch-halten”, van de wijs waren gebracht. Hij zelf was er niet rouwig om; de oorlog had hem veel geleerd, maar van