211
De jonge doktor Abraham Israël Kohnstamm, die aanvankelijk liberaal gezind was geweest, vluchtte naar het hart der orthodoxe synagoge terug, toen hij ervaren moest, hoe vijandig de Berlijnsche hoogere Christelijke kringen tegenover den Jood stonden, óók tegenover den ontwikkelden. En daar, in de synagoge, leerde hij de traditie van Mozes Mendelssohn kennen. Overwinnen door adeldom van gemoed, overtuigen door karakter, haat dooden, door liefde te geven. Het was van uit de kern der Joodsche orthodoxie, dat zijn reputatie als chirurg werd gemaakt en bij het begin van den wereldoorlog, was Abraham Israël Kohnstamm te Berlijn een van die internationale lichten der chirurgische wetenschap, welke de Duitsche medische faculteit tot de richting-gevende der wereld heeft gemaakt.
Men had hem aangezocht, een plaats als hoofd van een etappen-lazaret op zich te nemen en nu sedert maanden redde Israël Kohnstamm, de zoon van den Silezischen slager, wiens eigen zonen tot vóór den wereldoorlog niet waardig waren gekeurd om tot officier in het Duitsche leger bevorderd te worden, hoewel ze vaders superbe intelligentie en vast karakter hadden geërfd, eiken dag tientallen Duitschers het leven. Hij was zich bewust van de grootsche roeping, die hem toebedeeld was, hij voelde zich de voorpost van den nieuwen Godsdienst van liefde en verdraagzaamheid, die uit al dit gruwelijk leed moest ontspruiten. Het was waar, dat hij, zoodra hij Joodsche gewonden te behandelen kreeg, iets in zijn toon had van een vader, die een zoon behandelt, want voor hem waren er geen nationaliteiten onder de Joden, en de kleine onregelmatigheden tegen de krijgstucht, die hij zich veroorloofde, het aanstellen van zelfs