De Lafaard

Titel
De Lafaard

Jaar
1916

Pagina's
240



208

en zijn blik zei meer nog dan zijn woorden, hoe dankbaar hij was voor de opmerking van den gewonden Duitscher.

„Mon père,” zei de ziekenoppasser, „ook goed; ik deed het niet met kwade bedoelingen, maar ik zeg tegen een soldaat, sergeant en tegen een sergeant, luitenant en tegen een luitenant, kapitein; dat heeft me nog nooit nadeel gebracht en daarom noemde ik hem bisschop. Maar als hem van rechtens den titel père toekomt, dan noem ik hem graag vadertje. Weet je wie ze bij ons vadertje noemen? De Tsaar, bij God, een lief vadertje! Mot je denken aan de progroms en aan Orel en aan Siberië! Een fijn land, een fijn volk, de Duitschers; het fijnste volk van de wereld. Als ik niet naar Amerika ga, blijf ik in Duitschland. Zou me dat gedacht hebben: een Joodsche professor aan het hoofd van een hospitaal in een Roomsche kerk, met een Russischen Jood als zijn assistent! Weten jullie wat de oorlog is? Een heksen-brouwketel waar alles door elkaar is geroerd. En nou mot ik weer naar de andere bedden, ik heb vijftien bedden voor me rekening — allemaal zwaar gewonden; er zijn ook vier Joden bij, Duitsche Joden en Fransche Joden; één is kapitein en heeft het Ijzeren Kruis eerste klas; hij moet koscher eten hebben, het andere kan-ie niet verdragen en daarom heeft de professor mij hier genomen. Maar ik behandel alle gewonden egaal — een mensch is een mensch en als-ie een menschelijk mensch is, dan mag-t-ie er alle ge-looven van de wereld voor mijn part bij hebben.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.