201
telkens meer onneembaar gemaakt, tot onder de muren van Parijs. En zelfs, zoo Parijs genomen werd, dan zou, tot Bordeaux, tot diep in het Zuiden, elke duim-breeds grond met stroomen menschenbloed moeten veroverd worden. En lagen er dan weder niet Spanje en Italië, die de Romaansche volksziel zouden verdedigen tegen de Germaansche? Drong niet, in het Oosten, de Rus telkens weer aan, onuitputtelijk in manschappen ? Had Engeland niet de zee voor Duitschland afgesloten, minachtend de toch zware schade, die de duikbooten konden aanrichten, duikbooten en mijnen op de uitgestrekte wateren der wereld!
Claus voelde als een bedrukking de onvermijdelijke nederlaag van zijn vaderland. Uithouden, riep men, maar reeds begonnen duurte, honger en schaarschte te heer-schen; reeds moest men te Berlijn al het koperen huisraad opeischen, om er munitie van te maken. Uithouden, zeide men, maar er was een grens aan alle men-schelijke macht en Claus voelde het, zooals zoovele zijner kameraden, en hoewel niemand het zeide, de een de groote waarheid verbergend voor den ander, toch had Claus, met zijn fijnere intelligentie het reeds beseft: de demoralisatie van het Duitsche leger was be-begonnen; diep in de vrucht was het kleine wormpje geboren, dat grooter zou worden met den dag en de vrucht onherroepelijk tot bederf zou brengen.
Claus kroop met zijn mannen in het duister langs het door granaten omwoelde veld. Zij leken stukken leem, kleine molshoopjes en zelfs als nu en dan het zoeklicht van de Fransche schansen langs de velden streek en hem en zijn mannen voor een wijle de oogen verblindde, konden de vijanden hen niet bemerken ; zij zaten dan ineengehurkt of lagen languit, het