188
De lichten gingen op in de groote stad. Midden in de straat vlamden opeens maan-bleeke electrische lampen en wademde een valsch-blauw licht, een nagemaakt daglicht over de menigte beneden.
De trein kreeg een stoot en rolde de hooge stationshal binnen. De portieren werden geopend en de soldaten stelden zich in lange rijen op het perron op. Ordelijk, rustig, goed geregeld, naar de gewoonte van het Duitsche militairistische wezen, verlieten ze in regelmatige afdeelingen het stationsgebouw, stelden zich op en nu gingen ze de Friedrichstrasse door, toen over hulp-bruggen, die over den Spree-arm waren gelegd. Ze kwamen in de Nieuwe Friedrichstrasse. De straat lag voor een deel opgebroken, daar men er bezig was een nieuwe ondergrondsche spoorlijn aan te leggen. De soldaten, gewoon al aan puin en verwoesting, vonden het niet eens merkwaardig; zij keken naar de bonte winkels en waren verwonderd, zóó spoedig de kazerne bereikt te hebben.
In de kazerne stonden de tafels gereed en nauwelijks tien minuten, nadat zij er aangekomen waren, genoten zij allen van een degelijk maal, waarbij zelfs door de burgers voor gratis bier was gezorgd. Daarna werd hun meegedeeld, dat zij tot tien uur vrij zouden zijn en de stad in mochten gaan. Jubelend gingen allen de straat op.
Claus had zich eerst bij een troepje kameraden willen aansluiten, maar hun luidruchtigheid stuitte hem en hij besloot alleen door de stad te gaan zwerven, verlangend naar indrukken. Eerst bekeek hij een plattegrond, die in een goedkoop gidsje was geplakt en toen richtte hij zich naar Unter den Linden.
Unter den Linden, hij wist het, zooals iedereen in