HOOFDSTUK XV
De Germaansche kolossus was met zijn volle gewicht op den Belgischen dwerg gevallen en de dwerg was verpletterd. Arm klein, nijver België, wat uw leiders buiten uw weten wel of niet bedisseld hadden, het zal wellicht eens door het nageslacht geweten worden — wellicht, want het kan wel zijn, dat alle geschreven bescheiden vernietigd zijn. Maar het Belgische volk zelf was onwetend en onschuldig; het wilde niets anders dan arbeiden en na den arbeid zich vermaken. En strijd naar buiten wenschte het niet, omdat Walen en Vlamingen onderling genoeg strijds hadden, om door wederzijdsche wrijving beider levenskracht vurig te houden.
Toen de Germaansche horden kwamen opzetten, hadden zij, gehoorzaam aan het bevel van hun Koning en oppersten veldheer, besloten, zich op te offeren, om den opmarsch naar Frankrijk zooveel mogelijk te vertragen. Het doel werd bereikt. De Duitschers stuitten op een onverwachten tegenstand en het was deze tegenstand, die het begin werd van hun durenden tegenspoed. Wisten ze het? Voelden ze het instinctief? Toen de tegenstand gebroken was, uitte de Duitscher al zijn woede op de meest onschuldigen en de meest weer-
12
De Lafaard