153
en ze woont achter de Jungfernstieg en van den morgen tot den avond krijgt ze bezoek, niet alleen van onze soort, maar van de voornaamste menschen en ik denk d’r ook heen te gaan, om nieuws te vragen van m’n zoon. Ik zal er m’n paar Thaler aan wagen.”
Lieschen had dit goed onthouden en den volgenden morgen was zij al bij den boer thuis. Wanneer zou hij naar Hamburg gaan en mocht zij niet met hem mee? Het was toch ook voor al de menschen in de herberg van belang om te weten, of die wijze vrouw werkelijk wat kon vertellen van vertrokken personen. Als ’t toch eens waar was!
Dinsdag zou de boer gaan en Lise mocht mee.
Zij had in de herberg de menschen niet verteld, dat zij naar Hamburg zou gaan, want zij vermoedde wel, dat iedereen haar dan boodschappen zou meegeven en zij vreesde ook, dat, als de reis niet gelukte, zij door velen zou worden bespot. Nu, om den spot was het niet, maar elke spotternij zou zij voelen als een steek voor haar heilig gevoel voor Claus Demuth.
De reis van Husum naar Hamburg met den boer, die inlichtingen ging vragen omtrent zijn zoon, duurde lang, want telkens stond de passagierstrein stil en de reizigers, die dan informeerden, kregen ten antwoord, dat de weg onveilig was — ieder wist dan wel waarom. Er hadden groote troepenverschuivingen plaats door geheel Duitschland; een nieuwe mobilisatie was op touw gezet, ten einde ten spoedigste een leger naar Oost-Pruisen te kunnen dirigeeren. Alleen op voorwaarde dat alles aan het militaire doel zou worden ondergeschikt gemaakt, kon men hopen, tijdig Oost-Pruisen van den Russischen inval te zuiveren.
Tegen den middag stapte de boer met Lise uit. De