133
Het was even stil. Toen hoorden de soldaten elkaar kreunen en steunen. Descombes was ruggelings neergeslagen en lag, stijf bekneld, tusschen takken. Een afgebroken tak drukte zijn linkerschouder neer. Hij kon zich niet oprichten en toch was hij er zich klaar van bewust, wat er gebeurde. Nauwelijks nadat de granaat was ingeslagen, kwamen Duitschers aangestormd, sprongen in de loopgraaf. Hij zag, hoe de Franschen zich weerden, hoe ze, onder de overmacht van twintig dertig, veertig Duitschers, toe moesten geven. Daarna kwamen, van de zijde der Franschen, kameraden ter hulp en het werd in de loopgraaf nu, tusschen takken, bladeren, houtsplinters, een verwoed gevecht van man tegen man. Descombes zag een grooten Duitscher vlak voor zich, die zijn geweer bij den loop had gepakt en op een Franschen officier wilde inslaan. Meteen raakte zijn hand vrij, hij richtte zijn revolver en trok af — de Duitscher viel brullend neer. De officier keerde zich om, zag hem onder den boom liggen en zei: „Merci.”
„Bevrijd me,” riep Descombes.
De officier sprong achteruit, trachtte den boom omhoog te tillen, een Duitscher legde aan, maar rustig vuurde Descombes een tweede schot en weer velde hij een vijand. Meteen had de officier den boom werkelijk opgelicht. Descombes sprong op, voelde zijn linkerarm verlamd, maar met de rechterhand schoot hij, met een stille, koppige koelheid, zijn browning leeg op de Duitschers, die vóór hem in de loopgraaf tegen de kameraden streden.
Toen de browning leeg was geschoten, was de loopgraaf in handen van de Franschen gebleven. De officier stormde op den jongen sergeant toe, omarmde hem, kuste hem op beide wangen en weende. Hij kon