102
nuchter was en toen het Fransche genie, dat nu eenmaal het Goddelijk voorrecht van het gezegende volk is, toch zich wilde uiten, werd ook de vrucht van het genie nuchter, de lichte, sprankelende, snel begrijpende Gallische geest legde zich toe op de praktijk. Het Fransche volk gaf der wereld geen stijl meer aan in kunst of in levenshouding, maar het schonk haar automobielen, luchtvaartuigen, onderzeesche booten. Vóórvoelend, dat de welvaart der natiën afhankelijk was van versneld verkeer, groef het ’t Suez-kanaal en het Panama-kanaal. Edelmoedig als altoos, had dit groote kunstenaarsvolk ook ditmaal zichzelf geofferd voor het geluk van de wereld. Niet, zooals Duitschland, dat zooveel jaren later ontdekte, dat deze tijd in het „teeken van het verkeer” stond en toen dit zóó opvatte, dat het dit verkeer uitsluitend in het eigen belang bevorderde, Denemarken, met'zijn eenige stad Kopenhagen, door het Noord-Oostzeekanaal trachtend af te snijden van het vasteland en het wereldverkeer, had het Fransche volk, decennia te voren, door het Suez-kanaal den weg naar Indië voor de massa der volken verkort. Het had daarna den grootschen waagslag ondernomen om twee werelddeelen, Noord- en Zuid-Ainerika, te scheiden, opdat de schepen van alle natiën sneller zouden kunnen verkeeren tusschen de twee wereld-oceanen. Maar het heerschend burgerdom fnuikte het heerlijk idealisme van de Fransche ziel door vuige speculatie, door karakterloos materialisme en heel de wereld deed verontwaardigd en schimpte op het Frankrijk van den Panama-zwendel, nu de hidalgo, de Fransche ridder, die nooit het eigen geluk zoekt, wanneer het niet het geluk der wereld is, zijn grootsch opgezet bedrijf zag overgaan in de handen van de voor-