95
toch maar alfabetisch en hoe schenen ze, als met voorbedachten rade, neergezet, al de gedachten van de groote mannen van Duitschland, om hem zijn diepe ellende te doen gevoelen. Daar was er weer een van Faust:
Du hast wohl recht, ich finde nicht die Spur Von einem Geist, und alles ist Dressur.
Hij las voort:
Edel sei der Mensch, hilfreich und gut.
Ehret die Frauen, sie Hechten und weben, Himmlische Rosen ins irdische Leben.
Ein frischer, fröhlicher Krieg.
Nu bleef de schoolmeester peinzen. Hij herhaalde den zin en las er onder, werktuigelijk: Heinr. Leo Volksblatt für Stadt and Land 1853 No. 61.
Opeens, een trompetstoot, een roep onder aan de trap, een kreet, een gil en het knetteren van magazijn-geweren.
„Om Gods wil, kom dan kameraad,” riep de zware stem van Heinrich Plump. Meteen kwam een kogel in de kamer suizen, schoot recht in den spiegel boven den schoorsteen en maakte er een klein rond gat in, waaromheen barstjes straalden.
Claus sprong uit het bed en in z’n hoofd ging maar één gedachte: De buit — de buit — den buit redden. Toen hij de trap af was, vloog een kogel langs zijn hand; hij keek en meteen schaterde ruw gelach van de twee Husumsche kameraden, die op het biljart geslapen hadden. Want de kogel was door de drie boekjes gegaan, die de Duitsche schoolmeester in z’n hand had gehouden.
„Mijn buit,” zei hij, beduusd naar de boekjes ziende,