82
je daar er toe brengt. En dan de verveling, ’k Heb nooit met pleizier gediend. Ik ben er alleen van armoei ingegaan en toen het al te lang duurde, ben ik er van aan ’t zuipen geslagen.”
„Maar waarom gaat u dan nu niet naar Bronbeek?”
„Bronbeek, daar hebben ze ’t heel goed, heel goed. Maar daar blijf je toch ook militair en je staat er toch ook weer onder je meerderen. En je mot zóó laat op en zoo laat eten en zoo laat op stok. Als je dat zooveel jaren al in dienst hebt gedaan, dan wil je eindelijk ook wel eens van ’t koejeneeren af zijn en je vrije leven hebben.” 1)
„Heeft u dat dan nu?”
„’k Schooi mijn kossie zoo goed en kwaad als’t gaat En ik ben ten minste mijn eigen baas. ’k Heb ook wel harde dagen — want tegen den winter komt de ergste tijd an. Maar er zit niks anders op. Een ambacht ken ik niet. Een soldaat leert soldaatje-spelen en daar heb je niks an in de burger-maatschappij.”
Hij zwijgt, zit stil, lusteloos, gebroken, als een mensch, die het wreede, harde leven maar over zich heen laat gaan.
„’k Ben ook al in Veenhuizen geweest, al een paar
1
Naar aanleiding van deze zinsnede ontving ik 27 Maart j. I. een schrijven van een verpleegde uit Bronbeek, waarin o.m. de volgende zinsneden voorkomen : „Het is u mijnheer Canter, blijkbaar niet bekend, welke slechte toestanden hier op Bronbeek heerschen. Het wemelt hier van Duitschers. Dat de politie hier in Duitsche handen is en hier een Duitschen geest heerscht, zult u zeker wel kunnen begrijpen. Aan iemand, die belang in „Bronbeek”-stelt, kan ik heel veel vertellen, ’t Verwondert mij, dat er nooit iets van uitlekt. Velen zijn van meening, dat de oud-kolonialen hier een uitstekende behandeling genieten. Niets is verder van de waarheid. De behandeling in ’t hospitaal is liederlijk. De Duitsche tucht zit er zoo in, dat niemand durft te klagen. Zou er geen kans bestaan, de Bronbeeksche toestanden in een dagblad gepubliceerd te krijgen ? . . .”
Ik geef hier eenige zinsneden uit den brief, zooals ik dezen ontving. Misschien dat door deze publicatie de overheid nu eens verbetering brengt, zonder dat een journalist er zich voorspant.