79
Beets, de vleier van bourgeois-satisfait Holland, voor-zichtiglijk niet in zijn ten onrechte beroemd geworden boek heeft geschreven. Beets heeft gevoel getoond voor den gevangen kermisleeuw. Van de gevangen mensch rept hij, toch een predikant die toegang kon krijgen tot de gevangenissen van zijn tijd, in geen enkel zijner werken met een enkel woord. Vergelijk eens Max Havelaar met de Camera Obscura. In de Max Havelaar de stem van een mensch bewogen met het lot van de verdrukten en armen, een Gods-mensch, die zich kinderlijk „atheïst” noemt; in de Camera Obscura heel Insulinde getypeerd door... de familie Kegge. En dat in een tijd, toen op Suriname de negerslaven nog geranseld werden als trekossen in oorlogstijd! Deze veel geprezen Nicolaas voelt van ’t heele sociale lijden van zijn tijd — er werkten toen bij Regout in Maastricht kinderen van zes jaar ’s nachts bij porcelein-ovens (zie de enquêtte-verslagen van 1880) — alleen het verdrietje van het diakenhuismannetje Keesje.
Ik zit nu Zaterdagmiddag samen met „Willem”, den breedgeschouderden maar toch zwakken landlooper, en den langen, verziekten man, ik zal hem maar Prak noemen, die ik beiden in gevangeniskleeding op de luchtplaats heb zien staan, beiden kleumend en zielig opeengedrongen om een straaltje October-zonlicht op te vangen.
Prak zit lusteloos aan tafel. Willem heeft mij zien lezen in „Het licht dat verdween” en mij met eerbied haast aangezien, toen ik aan mijn tooneelwerk „Het groote Spaansche drama”, werkte.
„U schrijft gauw mijnheer. Dat vliegt er maar overheen. En ’t staat er netjes ook.”
Bij deze onontwikkelde menschen van den weg, deze arme slachtoffers van ons gebrekkig regeeringsstelsel, ons gebrekkig maatschappelijk stelsel, bij deze onge-lukkigen, die door den stand der juristen kunstmatig in stand worden gehouden, opdat deze stand haar nood-