Ï71
zoo vlug niet in de rondte draaien in zoo’n kleinen cirkel zonder duizelig te worden en doe dus wat bedaarder aan.
„Bezoeken ontvangt men van den directeur (hier in Sneek dagelijks), van den onderwijzer viermaal in de week (hoofdzakelijk bedoeld tot onderricht van de analphabeten) en van den gevangenispredikant. Familiebezoek is toegestaan om de 14 dagen in de spreekcel. Een gewone celruimte is daarvoor in drieën verdeeld; de gevangene staat in de achterste helft achter glas en fijn gaas, in ’t midden een bewaarder, in de voorste helft het familielid. Een bezoek op zulk een wijze is minstens een even sterke beproeving als verademing.
„En dat is het leven van honderden onzer mede-menschen, dag in dag uit, jaar na jaar, in ’n doodelijk eenerlei, zonder afwisseling, met tal van kleinere en grootere ongerieven, zonder ooit één genoegen.
„Ja, denk nu maar eens alleen aan dat laatste, en zeg dat eens even bij uzelf luidop: „en leven zonder genoegens”. Zoo arm is geen sterveling, zoo sober ascetisch richt niemand z’n leven in, of hij vindt nog van uur op uur tal van kleine lieve genoegens. Het is het stemmetje van uw kind, het is de vriendelijk-gedekte etenstafel, het is uw bloeiende geranium, het is het openslaan van uw krant, de handdruk van een bezoeker, ’n blik in de blauwe lucht en naar de zeilende wolken, het uitzicht op de gezellige drukte in uw straat of over de verre hei, — och het zijn hónderd dingen dagelijks, die gij nauwelijks meer merkt misschien, maar die iedere gevangene ontbeert. Hoezeer ik mij geestelijk ook gewapend had, éénmaal is het verlangen mij te sterk geworden, toen ik het woord „leeuwerik” las. Ja, nu stijgt hij op boven de velden en roept zijn vreugden naar omlaag naar het wijfje, dat in ’n veilig holletje daar ergens eitjes bebroedt. Nu zijn de weiden achtereenvolgens groen van gras en geel van boterbloemen en roodbruin van de wilde zuring. Nu bloeien