161
men in de gevangenis otn een ligt vergrijp met de pen, waarvan tot heden nog niet zeker is of hij zelf wel de schrijver van de woorden was, waarvoor de juristen hem veroordeelden.
De jurist in ’t algemeen, om zichzelf te vrijwaren tegen het openbaar maken van vele zijner handelingen, heeft straf gesteld op het zeggen van de waarheid. Wie niet met buitengemeenen heldenmoed is gewapend en met stalen lichaam, dat de kastijding gezet op het uiten van de waarheid kan verdragen, hij moet schromen uit te komen voor zijn oprechte meening. Want de gevangenis staat daar als burcht, als Bastille, voor elkeen die niet de macht heeft recht en waarheid in zijn binnenste duurzaam te versmoren. Het eerste werk van het Fransche volk tijdens de groote revolutie was, de Bastille neer te halen. Welnu partijen van de vooruitgang, thans tegen het einde van den grooten oorlog moet uw eerste werk zijn de staatsgevangenissen af te schaffen, waar men de menschen kerkert, die de moed hebben van hun persoonlijke meening. Het volk zal onmiddellijk menschwaardiger toestanden krijgen, als de gevangenisstraf afgeschaft wordt voor alle misdrijven, die het gebruik van de vrijheid van het woord na zich sleepen. Met welk recht, heeft de jurist in Nederland den vrijen Nederlander het recht ontnomen, zijn meening te zeggen omtrent de daden door het hoofd van een buitenlandsche natie begaan? Is men binnen de grenzen van het eigen Vaderland niet beschermd tegen de macht van den een of anderen buitenlandschen tyran? Zijn al de miljarden zoo vele jaren in Nederland voor de Nederlandsche vloot en het Nederlandsche leger opgebracht niet in staat om een Nederlandsch schrijver met een vlekkeloos verleden en een eervolle reputatie te beschermen, wanneer hij zich gedrongen gevoelt in zijn eigen land, binnen zijn eigen grenzen, het publiek voor te lichten omtrent hetgeen hij meent ten aanzien van het hoofd van een
ll