159
tegen tarief, waarheid en gerechtigheid in, op te drijven. Ik heb voor mijn oogen gezien, hoe een man, die tijdens zijn failissement een paar kisten kleederen verborgen had, om na het failissement niet geheel broode-loos te staan en voor zijn gezin iets te kunnen verdienen, door een advocaat op het laatste oogenblik van de deur werd gewezen, omdat hij de f 10, die door den advocaat méér voor het pleidooi werden gevraagd, niet kon betalen en „ook niet van zijn schoonvader kon loskrijgen,” zooals de advocaat zeide. De arme koopman werd wegens bedriegelijke bankbreuk tot negen maanden gevangenisstraf veroordeeld. Ik heb den man later, toen hij zijn misdrijf geboet had, teruggezien, vergrijsd, gebogen, gebroken, loopend met schoffel-pasjes en leunend op een stokske. Toen heb ik bij mijzelf gezworen, dat ik mijn vaderland verlossen zou, van den Hydra, van het monster der juristerij. Het heeft een kwart eeuw moeten duren voor de gelegenheid tot uiting door mij geschikt werd gevonden. Maar nu, ik hoop landgenooten, ik hoop Vaderlanders, dat ik thans het oor der natie heb. Ik bezweer U bij den eeuwigen God, en in den naam van Jezus Christus op Golgotha gestorven omdat hij de menschheid liever had dan zichzelf, helpt mij thans, het oogenblik is rijp. Zoo gij mijn woorden niet vertrouwt, ik die met de visschers gevischt heb, opdat ik hun nooden kon leeren kennen en door ze kenbaar te maken kon doen verbeteren; ik, die met al bedelaars gebedeld heb, om de allerarmsten onder de kinderen des Vaderlands aan een menschwaardiger lot te helpen, welnu, volgt dan zelf eens eenige weken de terechtzittingen. Ziet aan, hoe dag aan dag menschen voor kleine vergrijpen uit armoede begaan, tot onmenschelijke straffen worden veroordeeld, terwijl tezelfder tijd de miljarden des volks weggeworpen worden aan vuil en overbodig moordtuig. Weet het wel en onthoudt het goed, de diplomaten die den wereldoorlog hebben voorbereid, ontketend of tenminste niet hebben weten te voor-