121
En ik begrijp nu, de geheele tragedie van dezen weerloozen analphabeet tegenover de dienaren der bureaucratie en der juridische veelschrijverij.
Soms tijdens zijn verhaal, en als hij tot het besef van zijn onschuldige veroordeeling komt, vliegt hij op, vlamt zijn oog en spreek ik bedarende woorden, om hem van dadelijkheden af te houden. Hij is anders dan de Nederlandsche mannen, minder getemd, minder lijdzaam natuurmensch met sterker besef, van zijne natuurrechten op vrijheid. Hij is in zijn leed geheel anders dan de Nederlanders.
Ik heb hier onder de allerarmsten een goede studie kunnen maken van den Nederlander. Om een volk te leeren kennen, moet men het niet bestudeeren, wanneer het in voorspoed verkeerd, maar volken zoowel als menschen toonen hun werkelijke waarde en hun werkelijke karakter in tegenspoed. De Nederlandsche vagebond, is een der schitterendste getuigen voor de uitnemende kracht en de fijne, hooge, edele substantie, waaruit de eigenlijke Nederlandsche volksziel bestaat. Ik geloof niet dat er ergens elders ter wereld, men-» schen gevonden worden, die door de parasitaire kaste der juristen welke noch ras noch Vaderland noch tijd kennen, maar die door alle tijden heen, niets anders zijn geweest dan vuige azers op geld dat hun niet toekomt en blinde, slaafsche, onderworpen dienaars, van iets dat zij noemen het recht, maar dat in waarheid is, de traditie van hun systeem, dat er ergens menschen zijn, levenslang door deze sadistisch aangelegde kaste vervolgd, en die desondanks brave, goede lieden blijven met onverwoestbare zielenadel in hun onverbasterd volksgemoed.
Ik heb onder al de menschen, die ik hier tijdens mijn verblijf leerde kennen, niet één werkelijk gemeen sujet aangetroffen. Hoe noemt ge echter de menschen te Rotterdam, die vischvrouwtjes, ijskarmannetjes en dergelijke, hardploeterende volkskinderen, om het kwartier lieten bekeuren, omdat ze met hun karretjes nu en